>> nuttige leestips

Bijdragen tot de geschiedenis van Lennik

  • Wie meer wil weten over de geschiedenis van Lennik, kan zich de Bijdragen tot de Geschiedenis van Lennik aanschaffen. Voor meer info over deze publicaties (6 delen) kan je terecht bij de Andreas Masiuskring.

geschiedenis

Betekenis van de naam Lennik

De naam Lennik (Liniacum) verwijst duidelijk naar een Gallo-Romeinse nederzetting. Hij komt voort uit de samenstelling ’Linea‘ of ’Linnius‘ met het suffix ’-acum‘.
Oorspronkelijk zou Lennik een nederzetting geweest die door de Romeinen aan een Linus of Linnaeus zou geschonken zijn en aldus de naam Liniacum kreeg. Een Romeinse hoeve zou zich bevonden hebben op de plaats van het huidige centrum van Lennik.
De naam Liniacum komt in de kronieken voor het eerst voor in 874. Op 7 juli van dat jaar schonk keizer Karel de Kale ons gewest in het graafschap Brabant, aan de abdij van Sint-Gertrudis te Nijvel.


 

De markt bestaat meer dan duizend jaar

Onze streek moet welwarend zijn geweest, want op 27 juni 978, verleende Otto II, aan de abdis van Nijvel, de vergunning om in Lennik een markt op te richten, waarvan de opbrengsten uiteraard aan de abdij zouden ten goede komen. Aldus werd Lennik de hoofdplaats van het Diets domein van de abdij van Nijvel. Deze abdij behield gezag en invloed gedurende vele eeuwen en ook de belastingen, die toen betaald werden in natura (veldvruchten), kwamen haar toe. Deze veldvruchten werden opgeslagen in de ’Tiendenschuur‘ ( 1/10 van de opbrengst moest afgestaan worden) op de Schapenweg te Goudveerdegem (thans verdwenen) tot de abdis ze liet ophalen.


 

Invloed van de abdij van Nijvel neemt af, rivaliteiten nemen toe

Het gezag van de abdis werd regelmatig aangevreten door de wereldlijke gezagsdragers. In 1236 werd door Hendrik II, hertog van Brabant, het Land van Gaasbeek opgericht en in 1284 schonk Hendrik van Leuven een keure aan dit Land van Gaasbeek, dat als heerlijkheid zou voortbestaan tot aan de Franse Revolutie. Deze keure kunnen wij zowat beschouwen als de toenmalige ’charter‘ van de mensenrechten.
Ook inzake benoemingsrecht van de kerkbedienaars kreeg de abdij van Nijvel tegenwind van deze van Coudenberg te Brussel, vooral dan wat de benoemingen in Sint-Martens-Lennik betrof.
De rivaliteit tussen Vlaanderen, afhankelijk van de koning van Frankrijk, en Brabant, afhangend van de Duitse keizer, beroerde ook de streek tussen Dender en Zenne. In 1333 kwam het, op het gehucht ’Ten Nelleken‘ tot een treffen tussen beide legers. De veldslag eindigde onbeslist, maar bleef voortleven in allerhande verhalen. Wij vinden er ook de verklaring in waarom, op oude landkaarten, de grens van Vlaanderen reikt tot aan Eizeringen.
Dan was er ook nog de rivaliteit tussen Brussel en Gaasbeek. In 1388 had een betreurenswaardig voorval plaats. Everard ’T Serclaes, schepen van Brussel, werd door vermeende trawanten van de heer van Gaasbeek, Sweder van Abcoude, op het gehucht ’Kwadewegen‘ aangevallen en danig toegetakeld j stierf hij aan zijn verwondingen. De reactie van de Brusselaars en hun bondgenoten bleef niet uit : zij belegerden het kasteel van Gaasbeek en verwoestten het ten gronde.


 

Economische bloei maar ook ongeluksjaren

Ondanks alle strubbelingen kende Lennik een grote economische bloei in de 14e en 15e eeuw. De kerken van Sint-Kwintens en Sint-Martens getuigen hiervan.

In de 16e en vooral in de 17e eeuw kende Lennik een aantal ongeluksjaren. Er was vooreerst de beeldenstorm die op het einde van de 16e eeuw door het land raasde en ook onze streken trof, zij het in mindere mate. Maar de reactie daartegen, de Contrareformatie, bracht mede dat de kerken van Lennik, en vooral die van Gaasbeek, met barokmeubilair werden verfraaid en dat in 1656, een meesterwerk van Gaspar de Crayer ’De marteling van Sint-Kwinten‘ in de kerk van Sint-Kwintens-Lennik werd opgehangen, dit in weerwil van de beroerde tijden.
De expansiedrang van de koningen van Frankrijk in de richting van het Noorden veroorzaakte eindeloze ellende in onze streken tijdens de 17e eeuw. Reeds bij de eerste veldtocht van de Fransen (1635-1650) werden de inwoners gebrandschat, dit wil zeggen dat hun huizen werden platgebrand, indien zij de opgelegde oorlogsbelasting niet betaalden. Tijdens de tweede veldtocht (1667-1669) roofden de Franse soldaten kerkgewaden en edelsmeedwerk. In 1676 werd de kerk van Sint-Martens-Lennik door Hollandse soldaten ontheiligd. De oorlog van 1683-1684 moet voor de bevolking zó noodlottig zijn geweest, dat de pachten voor deze jaren werden kwijtgescholden.
En dan volgde de oorlog van de Liga van Augsburg (1689-1697). Onze gewesten werden onder de voet gelopen door de Franse legers van maarschalk de Villeroy, die Brussel plat bombardeerde. Er werden toen uitzichtloze belastingen opgelegd. Te Sint-Martens-Lennik werd nadien een ’pertinente declaratie van alle verliezen‘ opgesteld, waaruit bleek dat de Fransen er voor 754.625 gulden hadden geroofd en vernield.

Corneille de Man, die omstreeks 1691, bij de verkoop van de heerlijkheid Gaasbeek, eigenaar was geworden van beide Lenniken, droeg bij om de schuldenlast van zijn onderhorigen te verlichten. Zijn zoon Charles-Joseph bouwde het renaissancekasteel van Lennik.


 

Oostenrijkers brachten welstand

De 18e eeuw was dan wat gunstiger voor Lennik. Vanaf 1713 waren de Oostenrijkse Habsburgers machthebbers geworden in de Nederlanden en hun bezorgdheid was, er een welvarend wingewest van te maken. De economie kende een prille groei, wegen werd hersteld en nieuwe verkeersaders aangelegd. Er waren de eerste tekens van de industriële revolutie. Graanmolens en oliemolens gingen opnieuw aan het werk.


 

Fransen zorgen voor ellende en reorganisatie

Het einde van de 18e eeuw bracht opnieuw ellende. In 1792 veroverden de Franse revolutionaire legers ons grondgebied en in 1795 werden onze gewesten bij Frankrijk ingelijfd. Het ’Ancien régime‘ werd opgedoekt, de schepenbanken werden afgeschaft, de parochies werden gemeenten.

In de plaats van het hertogdom Brabant kwam het Département de la Dyle, met drie arrondissementen : Brussel, Leuven en Nijvel. De departementen werden opgesplitst in kantons, waarvan één het kanton Sint-Martens-Lennik werd en daarom een vredegerecht kreeg toegewezen.

In 1826 werd Schepdaal, voordien gehucht van Sint-Martens-Lennik, een onafhankelijke gemeente, en in 1842 zelfstandige parochie. Eizeringen (Yserghem), wellicht het oudste gehucht van Lennik, was een kapelanij, afhangend van Sint-Kwintens-Lennik, en bezat een kapel toegewijd aan de H. Ursula. Op wereldlijk vlak was het een heerlijkheid, die rond 1675 eigendom was van de familie De Man.

Tijdens de 19e eeuw werden te Lennik twee meldenswaardige personen geboren: baron Julius de Saint-Genois (23 maart 1813), historicus en schrijver, en Frans-Jozef de Gronckel (6 maart 1816), de ’uitvinder‘ van het Pajottenland.

Vermelden wij nog de bouw van het gemeentehuis (1857), bestemd voor de gemeentediensten, jongensschool en vredegerecht, en de brand van de Sint-Kwintenskerk (1858), waarbij het koor en de toren werden vernield. Bij de heropbouw werd de kerk verlengd.


 

Lennik tijdens en na de wereldoorlogen

Tijdens de eerste wereldoorlog bleef Lennik gespaard van vijandelijkheden. Daarom kregen een aantal vluchtelingen uit het oorlogsgebied opvang en onderdak bij de Lennikse bevolking.

Na de tweede wereldoorlog voltrekt zich een werkelijke revolutie op het platteland, ook in het Lennikse. Het vroeger arbeidsintensieve landbouwbedrijf wordt gemechaniseerd : de machine vervangt de hoeveknecht ; de tractor komt in de plaats van het paard en meteen verdwijnen hoefsmeden, gareelmakers en wagenmakers ;; de pikdorser maakt pikkers, bindsters, oogsters en dorsers overbodig ;;; als voedergewas vervangt maïs zowel klaver als boekweit en rapen.
Kleine landbouwuitbatingen geven er de brui aan en hun gronden worden ingelijfd bij de grotere bedrijven, ruilverkavelingen worden gepland en ook vele idyllische veldwegen worden ingepalmd.

De meeste dorpsherbergen verdwijnen, de wijkwinkels moeten het afleggen tegen grotere eenheden, van ambachtelijk leven is er geen sprake meer. De vrijgekomen arbeidskrachten zoeken hun broodwinning in kantoor of fabriek en worden forenzen die, na verloop van tijd, van tram of bus overschakelen naar het persoonlijk voertuig. Daardoor worden op de spitsuren onze wegen volgepropt met auto‘ s en vrachtwagens.

Door de wet van 23 januari 1976 werden de gemeenten Sint-Kwintens-Lennik, Sint-Martens-Lennik en Gaasbeek in 1977 samengevoegd onder de benaming Lennik.

Zie ook:

Geschiedenis Gaasbeek

Geschiedenis Eizeringen

Geschiedenis Sint-Kwintens-Lennik

Geschiedenis Sint-Martens-Lennik

Vlag en wapenschild

Legenden en verhalen

Met dank aan Piet Borremans en De Andreas Masiuskring