Het einde van de 18e eeuw bracht opnieuw ellende. In 1792 veroverden de Franse revolutionaire legers ons grondgebied en in 1795 werden onze gewesten bij Frankrijk ingelijfd. Het ’Ancien régime‘ werd opgedoekt, de schepenbanken werden afgeschaft, de parochies werden gemeenten.
In de plaats van het hertogdom Brabant kwam het Département de la Dyle, met drie arrondissementen : Brussel, Leuven en Nijvel. De departementen werden opgesplitst in kantons, waarvan één het kanton Sint-Martens-Lennik werd en daarom een vredegerecht kreeg toegewezen.
In 1826 werd Schepdaal, voordien gehucht van Sint-Martens-Lennik, een onafhankelijke gemeente, en in 1842 zelfstandige parochie. Eizeringen (Yserghem), wellicht het oudste gehucht van Lennik, was een kapelanij, afhangend van Sint-Kwintens-Lennik, en bezat een kapel toegewijd aan de H. Ursula. Op wereldlijk vlak was het een heerlijkheid, die rond 1675 eigendom was van de familie De Man.
Tijdens de 19e eeuw werden te Lennik twee meldenswaardige personen geboren: baron Julius de Saint-Genois (23 maart 1813), historicus en schrijver, en Frans-Jozef de Gronckel (6 maart 1816), de ’uitvinder‘ van het Pajottenland.
Vermelden wij nog de bouw van het gemeentehuis (1857), bestemd voor de gemeentediensten, jongensschool en vredegerecht, en de brand van de Sint-Kwintenskerk (1858), waarbij het koor en de toren werden vernield. Bij de heropbouw werd de kerk verlengd.