bezienswaardigheden Sint-Kwintens-Lennik

Algemeen

Net zoals aan het eind van het eerste millennium profileert Sint-Kwintens-Lennik zich in het derde millennium als een centrum van functies en diensten.

Lennik heeft immers nog steeds een wekelijkse markt, het is de zetel van de dekenij en het heeft een vredegerecht; het heeft een handels- en dienstencentrum, er zijn heel wat scholen gevestigd en het beschikt over degelijke sportinfrastructuur.

De Markt

Het verrassend groot, vierhoekige plein is de trots van de gemeente. Het heeft een lange en rijke geschiedenis achter de rug.

Door zijn gunstige ligging - op de kruising der wegen naar Brussel, Nijvel en het graafschap Vlaanderen - wordt Lennik reeds in de 8ste eeuw door de abdij van Nijvel uitgekozen om als centrum van haar bezittingen te dienen. Meer nog, op 27 juni 978 verleent de Duitse keizer Otto II , door middel van een oorkonde, de toelating aan abdis Adalberina van Nijvel om te Lennik een wekelijkse markt op te richten.

Tot in het midden van deze eeuw werden er nog biggen, kippen, konijnen en eieren verhandeld.

Heden staan er elke dinsdagvoormiddag een twintigtal kramen waar men voornamelijk kledij en bepaalde voedingswaren zoals groenten, fruit, vis en kaas verkoopt.

'Prins', trots van Brabant

Het enorm bronzen beeld is een ode aan het Brabants trekpaard. Dit machtige dier heeft eeuwenlang onze akkers gedomineerd.

Het beeld is een symbool van de agrarische traditie van het Pajottenland, waarvan Lennik het centrum is.

Het werd vervaardigd door Koenraad Tinel en werd in september 1992 onder massale belangstelling en na een grote paardenstoet plechtig op zijn indrukwekkende sokkel gehesen.


Prins, Trots van Brabant

Het Gemeentehuis

De bouw van het gemeentehuis is begonnen in 1857. De voltooiing ervan is niet met zekeheid geweten. Vermoedelijk zijn de lokalen in 1866 in gebruik genomen. Dit wijst erop dat de realisatie moeizaam verlopen is. Het is dankzij de tussenkomst van Frans Jozef De Gronckel, advocaat en provincieraadslid, dat het tot een goed einde gekomen is.

Opmerkelijk is de grootte van het gebouw voor een kleine landelijke gemeente in die tijd. De reden is dat het meerdere diensten moest huisvesten:

- De gemeentelijke diensten.
- Het vredegerecht. In 1847 is Sint-Kwintens-Lennik hoofdplaats geworden van het kanton.
- Een gemeentelijke jongensschool met woonvertrekken voor de onderwijzer.

De gemeentelijke diensten hebben er nog steeds hun standplaats, anderen zijn verhuisd.



Gemeentehuis Lennik

Sint-Kwintinuskerk

Vanop de Markt kan je niet naast de 68 meter hoge kerktoren en de prachtige zuidergevel van het hooggotisch kerkgebouw kijken, dat ontstaan is rond 1370.

In de drie grote nissen van de puntgevel zag je vroeger de beelden van O.L. Vrouw, Sint-Geertrui en Sint-Kwintinus. O.L. Vrouw was de vroegere patroonheilige van de kerk en ook van de moederkerk in Nijvel. Sint-Geertrui stichtte een abdij in Nijvel waarvan Lennik afhankelijk was.

Overdag is de kerkdeur meestal open. Het loont beslist de moeite er even binnen te gaan.

De voornaamste kunstvoorwerpen die je kan bewonderen zijn:

- De kunstkapel. Deze kapel bevat waardevolle kunstvoorwerpen waaronder:
1) De drie reeds vermelde beelden van O.L. Vrouw, Sint- Geertrui en Sint-Kwinten.
2) Een Romaans beeldhouwwerk van rond 1230 dat de gekruisigde Christus voorstelt.
3) Christus op de koude steen, een houten beeld uit de 16de eeuw.

- In de rechterzijbeuk hangt een schilderij van Casper De Crayer dat hij rond 1657voltooide. Het stelt de marteling van Sint-Kwintinus voor.

- Tegen de linkermuur van het koor zie je het schilderij "Zelfgave" van Felix De Boeck.

- De keramieken kruisweg van Jozef Colruyt getuigt van een groot geloof en een artistieke fijngevoeligheid.

Op het kerkhof, aan de sacristie, staan drie identieke kruisen waaronder dit van Frans-Jozef De Gronckel, de uitvinder van het Pajottenland.


Sint Kwintinuskerk

Pastorie

Het is een abdijpastorie uit 1735 toen het kapittel van Nijvel het patronaatsrecht te Sint-Kwintens-Lennik bezat.

Het gebouw is aan een grondige restauratie toe.
De laatste dateert reeds van 1953.

Het gebouw is beschermd bij KB. van 14.10.1975.


Pastorie

Huis Vossen

Het is een rococo-getint dubbelhuis uit 1745, in de streek ook gekend als het "huis met de perenbomen".

Het huis en de perenbomen zijn beschermd ( KB. van 28.07 .'83 ). Het was oorspronkelijk een pachthof met herberg: "Den Hertog van Brabant".


Huis Vossen

Schepenbank

Het is een 18de-eeuws boerenhuis dat in 1997 volledig gerestaureerd werd door de gemeente.

Men vermoedt dat in de Middeleeuwen op deze plaats de Lennikse Schepenbank vergaderde. Het domein Lennik had zijn eigen schepenbank met een meier en zeven schepenen.

In Sint-Kwintens-Lennik was ook de hoofdschepenbank van het Diets domein van de abdij van Nijvel gevestigd. Het was het hof van beroep voor alle gerechtszaken en velde vonnis in alle zaken die door de plaatselijke schepenbanken niet beslecht konden worden.


Schepenbank

Kasteel de Man d'Attenrode

Dit nog steeds intact bewaarde rococo kasteel werd in 1761 gebouwd door de familie de Man d'Attenrode. Corneille de Man kocht in 1690 de grondheerlijke rechten van beide Lenniken. Zijn afstammelingen wisten die te behouden tot aan de Franse Revolutie.



In 1948 werd het wapenschild van deze adellijke familie ook het wapenschild van de gemeente Sint-Kwintens-Lennik en later ook van de fusiegemeente Lennik.

Sinds 1967 in privaat bezit.Kasteel de Man d'Attenrode

Watermolen van Slagvijver

In de Slagvijverstraat, een smal straatje tussen Sint-Kwintens-Lennik en Gaasbeek, treft men nog enkele resten van de oudste molen van Lennik aan.

Een bezoek brengen aan de watermolen was jaren geleden een geliefkoosde leerwandeling voor de schoolkinderen. Helaas, nadat het binnenwerk ontmanteld werd, lieten de eigenaars ook de buiteninstallaties verkommeren. Enkel het sluiswerk en de vijvers (het opvangbekken) zijn nog zichtbaar.

Als men goed kijkt bemerkt men ook nog twee peilnagels waarop L/1906 vermeld staat. De waterstand mocht deze peilnagels niet overschrijden.

Hof Wivercen

Deze oude hoeve, daterend uit de vroege Middeleeuwen, is nog maar net gerestaureerd. De familie Leyssens tracht het hof, met monnikengeduld, volledig zijn middeleeuwse allure terug te geven.

In de oudst gekende Tiendenbeschrijving uit 1231 komt dit hof met de bijhorende wijk voor onder de naam “Wivercen” (van “Viversali” of “Vivershaim”), geschreven als “Vivercheins” in 1356, “Viverchines” in 1406, “Vijverchenen” in 1690 om dan uiteindelijk tot “Vijverselen” te komen in de huidige tijd.

Met zekerheid kan gesteld worden dat het hof behoort tot de oudste Frankisch-Merovingische nederzettingen.
De bij opgravingen gevonden ontelbare potscherven en de schedel en de romp van een menselijk geraamte wijzen daarop.


Hof Wivercen

Hof Walraevens

Dit hof dateert waarschijnlijk van de 17de eeuw. Er zijn gebouwen uit de 18de en de 19de eeuw.

Door de bouw van de monumentale schuur in 1917 werd het een heel belangrijke landbouwexploitatie waar ook paarden gefokt werden.

Deze omvangrijke semi-gesloten hoeve werd rond 1720 geëxploiteerd door een telg uit het geslacht Paridaens. In de 20e eeuw komt het hof in handen van Edouard Walraevens die er een zeer belangrijke landbouwuitbating en stoeterij van maakt.

In 1917, dus tijdens de 1e wereldoorlog, laat hij er een monumentale schuur bouwen, in de volksmond “boterschuur” genoemd, naar de grote winsten destijds gemaakt met de productie en de verkoop van boter.


Hof Walraevens

Hoeve Bree-Eik

Deze vierkantshoeve met dubbele binnenkoer is de grootste in zijn soort in heel de streek. Het woonhuis dateert uit de 17e eeuw, de zndere gebouwen uit de 18e en de 19e eeuw. De oudste bron (1172) vermeldt Bree-Eik als roversnest. De hoeve behoorde tot het domein van de familie van Heetvelde en hun nazaten. In 1680 wordt de familie de Pape eigenaar met als pachter Pieter van der Elst en vervolgens Gillis De Smet en zijn nakomelingen. Sinds 1837 is de hoeve in het bezit van de familie 't Serstevens-Claes. Het monument geniet bescherming sinds 1981.


Hoeve Bree-Eik

Hof te Trontingen

Semi-gesloten hoeve uit 1854. uit gegevens leesbaar van de kaart van Ferraris (1771-1778) blijkt echter dat er destijds reeds een gebouw stond. Hetgeen ons nog verder terugbrengt in de geschiedenis is de naam “Trontingen” met “die borght Teutingen”, die in 1406 aan het geslacht van Heetvelde toebehoorde.


Hoeve Trontingen

Hof te Illingen

In de Tiendenbeschrijving van 1231 komen dit hof en de bijhorende wijk voor. In 1448 vermelden authentieke akten een geslacht “de Ylinghen"

De imposante gebouwen dateren grotendeels ui de 19e eeuw, nadat een grote brand het oorspronkelijke gebouwencomplex teisterde.

In 1998 kwam een einde aan de eeuwenlange landbouwexploitatie.



Hof te Illingen

Saffelbergkapel

Deze kapel staat op een hoogte van 80m boven de zeespiegel. De oprichting ervan staat in nauw verband met de veldslag die in het jaar 1333 op het gehucht t‘ Nelleken geleverd werd tussen Vlamingen en Brabanders.

De Vlamingen moesten het onderspit delven en een Vlaamse ridder verschool zich in de beboste heuvel van Saffelberg. In ruil voor een behouden thuiskomst, beloofde hij een Mariakapel te bouwen. Deze oude kapel werd in 1880 vervangen door de huidige. Het is een bekende regionale bedevaartkapel.

Tot de tweede wereldoorlog kwamen nog veel Mariavereerders op zondagnamiddag de rozenkrans aan de kapel bidden. De jaarlijkse parochiebedevaart tijdens de maand mei dateert uit het jaar 1941.